Ongeveer 1968, Amsterdam West

Saartje foto Westerpost 4 5 mei 2020

Saartje foto Westerpost 4 5 mei 2020

Bammm, m’ n oren suisden van de klap op mijn wang. Ik begreep er niets van. Ze meenden het toch niet dat ik stil moest zijn? Ik hoefde nooit stil te zijn. Niemand van ons gezin was ooit stil. Er was altijd lawaai, ruzie, muziek, geklets. Zeker met zeven mensen op een driekamerwoning in Amsterdam West.

 

Mijn oma zat op mijn moeders vaste plekje. Een stoel onder de klok, en naast de kachel. En mijn moeder zat aan de grote tafel waar een naaimachine op stond, naast het grote raam waar je als je naar beneden keek een goed uitzicht had op ons straatje. De trompetklanken doofden langzaam uit. Ik was nu muisstil en pas nu viel het me op dat mijn oma naar de zwart-wit TV staarde. Mijn oma huilde. Op TV zag ik allemaal vrouwen in gestreepte pyjama’s. Met kleine houten hokjes waar ze in lagen. Vaak met zijn tweeën of zelfs meer, in lange rijen naast elkaar. Jong, oud… Mijn oma huilde nooit, maar nu vielen dikke tranen op haar schoot.

 Sindsdien ben ik alle jaren stil op 4 mei om acht uur ‘s avonds.

 Niet veel later die avond hadden mijn oma en mijn moeder het over twee bloemkolen, die vastgevroren zaten aan iemands handen… En daar moesten ze vreselijk hard om lachen.

De bloemkolen waren een verjaardagscadeautje, wat me zeer vreemd in de oren klonk. En ook dat dat het allermooiste cadeau was wat je je maar kon bedenken. Gek waren die twee.

Pas later begreep ik hoe moeilijk m’n oma het moest hebben gehad met drie jonge kinderen en een zieke man. Mijn moeder was in de oorlog naar Limburg gestuurd door de gemeente Amsterdam, zo hadden ook haar broertjes meer kans in die rotoorlog in Amsterdam. Er stierven heel wat mensen van de honger, maar het sterkste verhaal ging over mijn ome Hans. Die had net na de bevrijding een stukje spek gekregen en opgegeten, en een limonadepil opgelost en opgedronken. Gekregen van een van mijn oma’s vele broers. En toen was het kantje boordje met mijn oom, zo ziek was hij ervan geworden.

Ik kreeg zelden een klap thuis, maar die klap heeft me hier gebracht. Om samen met jullie de oorlog niet te vergeten en om de vrede om ons heen te bewaken en bewaren. Dus die klap was best wat waard.

Sarah Hogenbirk
(De Aker)

Website: Vensterwerk