Niet voor Niets

4 mei

4 mei


L. Ik zie in de wolken,  heel soms een gezicht,
     en dat beweegt steeds, door wind en door licht.

Z. Ik zie in de wolken, gezichten, heel zacht, 
     en als ik ga tellen, zijn het er vijftig en acht.

L.  Ik vraag aan mijn vader, ken jij hem misschien? 
     Hij zegt, alleen van de verhalen, ik heb hem nooit mogen zien.  

 Z.  Ik zie 43 namen, straten, pleinen, paden en zelfs ook dreven. 
      Een zuil met 15 namen, door iemand daarop geschreven.

 

L. Bij mijn opa hangt een foto, in een lijst, boven de kast. 
    Toen ik hem vroeg, wie is dat? antwoordde hij verrast.

     Die man, dat is mijn vader, hij is door een wrede moord, 
     in de oorlog doodgeschoten, aan de grens van Amersfoort.

Z.  Honderd zestien ogen gaan nu open, en kijken waar wij zijn, 
     zien mensen, in vrijheid, samen, bij deze boom, de zuil, dit plein.

L.   Ik zie lippen in het wolkendek, onze oren, horen iets, 
       het is, alsof ze samen zeggen; Het was echt, “Niet voor Niets”.

(Vrije bewerking van “trots” van Esmee Hendriks, voorgedragen op 4 mei 2011, bij de dodenherdenking op de Dam. Deze versie is tot stand gekomen in april 2013, door inspiratie en betrokkenheid van Guido de Wijs. Het gedicht opgedragen aan alle oorlogslachtoffers, geschreven door Jan Bunnik, zoon van Jacob Bunnik en voorgedragen door Lars (13) en Zeb (10) Bunnik achter-kleinzonen van Jacob Bunnik.)

Website: Vensterwerk